Archief voor augustus, 2012

Oorspronkelijk door Michiel Goudswaard geschreven voor het FD  (een link is helaas door het FD buiten werking gesteld, PH)
We hebben in Nederland iedere splinter talent nodig, maar ons onderwijssysteem staat de ontwikkeling van talent in de weg, zegt Luc Stevens, directeur van het Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken (Nivoz). 

Vergeet lager opgeleiden niet
Leraren met het hart op de goede plaats moeten vechten tegen een systeem dat veel te veel is gericht op selectie en controle. We moeten de eigen verantwoordelijkheid van het kind centraal stellen.

Scholen leren kinderen nu onvoldoende wat die eigen verantwoordelijkheid inhoudt, de hoge schooluitval en de zesjescultuur zijn daarvan de symptomen. Kinderen moeten hun eigen ontwikkeling realiseren, en zijn daar ook heel goed toe in staat.

Maar dat vergt wel een andere opstelling van ouders en leraren. Zij moeten accepteren dat leren een proces is dat voor ieder kind anders verloopt. Het goede verloop van dit proces is vele malen belangrijker dan de prestatie. Niet alle kinderen kunnen dezelfde stof en hetzelfde tempo aan, maar dat 19de-eeuwse uitgangspunt wordt nog wel overal gehanteerd. Met als gevolg dat sommige kinderen zich vervelen, en andere buiten de boot vallen.

Individuele kind
We moeten veel meer aansluiten bij de ontwikkeling van het individuele kind en het onderwijssysteem daarop inrichten. Alle kinderen zijn gemotiveerd om te leren, dat zit in de mens. Zij realiseren zich ook dat niet alles even leuk kan zijn op school, maar zetten er hun tanden pas in als ze het belang van de lesstof inzien.

Dat vergt wel een andere opstelling van de docenten. Zij staan nu nog te veel vóór de klas en geven instructie, terwijl uit onderzoek blijkt dat kinderen zich een groot deel van de stof heel goed zelfstandig eigen kunnen maken. Het roer moet om: niet meer alle kinderen op hetzelfde moment dezelfde stof aanbieden, maar individueel kinderen stimuleren en uitdagen om te leren wat nú mogelijk is.

Controle
Docenten moeten hun hang naar controle opgeven, werkelijk openstaan voor hun leerlingen, en een relatie met hen aangaan. Dat willen de leerlingen ook graag, zo blijkt steeds weer uit enquêtes. Het is cruciaal dat docenten een veilige leeromgeving aanbieden, waarin de eigen verantwoordelijkheid van de leerling tot zijn recht kan komen. Het ontwikkelen van deze zachte kant van ons onderwijs, dat is de harde noot die nog gekraakt moet worden.

We kunnen kinderen ook veel langer de tijd geven om hun eigen ontwikkeling vorm te geven. Nu bepaalt de uitslag van de Cito-test in hoge mate de toekomst van een kind, terwijl de mogelijkheden van een leerling rond het twaalfde jaar vaak nog onvoldoende duidelijk zijn. We kunnen leren van Finland, waar kinderen pas op hun zestiende een keus maken voor een vorm van vervolgonderwijs.’