Archief voor de ‘Persoonlijke Groei’ Categorie

Oorspronkelijk door Michiel Goudswaard geschreven voor het FD  (een link is helaas door het FD buiten werking gesteld, PH)
We hebben in Nederland iedere splinter talent nodig, maar ons onderwijssysteem staat de ontwikkeling van talent in de weg, zegt Luc Stevens, directeur van het Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken (Nivoz). 

Vergeet lager opgeleiden niet
Leraren met het hart op de goede plaats moeten vechten tegen een systeem dat veel te veel is gericht op selectie en controle. We moeten de eigen verantwoordelijkheid van het kind centraal stellen.

Scholen leren kinderen nu onvoldoende wat die eigen verantwoordelijkheid inhoudt, de hoge schooluitval en de zesjescultuur zijn daarvan de symptomen. Kinderen moeten hun eigen ontwikkeling realiseren, en zijn daar ook heel goed toe in staat.

Maar dat vergt wel een andere opstelling van ouders en leraren. Zij moeten accepteren dat leren een proces is dat voor ieder kind anders verloopt. Het goede verloop van dit proces is vele malen belangrijker dan de prestatie. Niet alle kinderen kunnen dezelfde stof en hetzelfde tempo aan, maar dat 19de-eeuwse uitgangspunt wordt nog wel overal gehanteerd. Met als gevolg dat sommige kinderen zich vervelen, en andere buiten de boot vallen.

Individuele kind
We moeten veel meer aansluiten bij de ontwikkeling van het individuele kind en het onderwijssysteem daarop inrichten. Alle kinderen zijn gemotiveerd om te leren, dat zit in de mens. Zij realiseren zich ook dat niet alles even leuk kan zijn op school, maar zetten er hun tanden pas in als ze het belang van de lesstof inzien.

Dat vergt wel een andere opstelling van de docenten. Zij staan nu nog te veel vóór de klas en geven instructie, terwijl uit onderzoek blijkt dat kinderen zich een groot deel van de stof heel goed zelfstandig eigen kunnen maken. Het roer moet om: niet meer alle kinderen op hetzelfde moment dezelfde stof aanbieden, maar individueel kinderen stimuleren en uitdagen om te leren wat nú mogelijk is.

Controle
Docenten moeten hun hang naar controle opgeven, werkelijk openstaan voor hun leerlingen, en een relatie met hen aangaan. Dat willen de leerlingen ook graag, zo blijkt steeds weer uit enquêtes. Het is cruciaal dat docenten een veilige leeromgeving aanbieden, waarin de eigen verantwoordelijkheid van de leerling tot zijn recht kan komen. Het ontwikkelen van deze zachte kant van ons onderwijs, dat is de harde noot die nog gekraakt moet worden.

We kunnen kinderen ook veel langer de tijd geven om hun eigen ontwikkeling vorm te geven. Nu bepaalt de uitslag van de Cito-test in hoge mate de toekomst van een kind, terwijl de mogelijkheden van een leerling rond het twaalfde jaar vaak nog onvoldoende duidelijk zijn. We kunnen leren van Finland, waar kinderen pas op hun zestiende een keus maken voor een vorm van vervolgonderwijs.’

Advertenties

 

Twee maanden na de Viral Lip Dubs op het nummer ‘Call Me Maybe’ komen er nog steeds nieuwe versies uit.

Als leukste en meest actuele noem ik hier die van het US Olympic Swimming Team van afgelopen week. Een eerdere originele versie van deze video werd al binnen een paar dagen van YouTube verwijderd op basis van vermeende inbreuk van rechten. Een beetje boel flauw dus. Maar laten we hopen dat deze versie dit bespaard blijft:

En het verhaal van Monika Korra? Die werkt aan een boek over haar vreselijke ervaring. Het boek krijgt de krachtige titel ‘Kill the Silence‘.  We keep you updated …

 

Het begon vrijdagmiddag met een tweet die me opmerkzaam maakte op een gloednieuwe video over hoe communicatie op social media vaak nergens over gaat:

De clip is kort (< 2 min) maar krachtig en een geslaagde parodie op de vele hyperpositieve social media clips over miljarden mensen, berichten en dollars. Die dollars zijn soms echt in de pocket, maar helaas dan wel in die van een louche investeringsbank of van een grijnzende jongeman die er zijn bruiloft mee financiert.

Het verhaal van de nutteloosheid sprak me wel aan, of zou er toch nog nut schuilen in al het nutteloze doorklikken?  Om de film te kunnen verspreiden via mijn curatiepagina over social media, genaamd Business Model Engineering, zocht ik even uit wie de makers waren. Het bleken de mannen en vrouwen van The Poke te zijn, het snelst groeiende humor-netwerk in de UK.

En één blik op hun homepage leidde tot precies één klik en wel op onderstaande Popdust supercut van 75 lib dubs van Call Me Maybe, de zomerhit van de Canadese Carly Rae Jepsen. Het is een liedje dat het op de disco van de basisschool goed doet, zodat mijn dochter er een wel aantal moves bij kon maken, maar hier zien we dat ook oudere jongeren er blijbaar wel pap van lusten:

Halverwege de clip ontdekte ik opeens dat je midden in de clip kunt springen naar de originele bron. Ik kijk blijkbaar niet zo veel YouTube filmpjes, dat ik dat nu pas ontdek. Wow, een soort hyperlinks in virtual video space .. Welk genie bij YouTube heeft dit nu weer bedacht? Fantastisch, zo kun je blijven zappen ..

En voor ik het wist, zat ik naar een paar handen vol lib dub versies het zelfde nummer te kijken. Natuurlijk keek ik eerst naar het origineel, Call Me Maybe van Carly Rae Jepsen en naar de versie met de songtekst.

En opeens drong het tot me door dat het nummer pas een paar maanden oud is. De meeste lib dubs zijn veel recenter en nog geen maand oud. De supercut is van deze week. De recensie op The Poke van donderdag. De Tweet en mijn Curatie van vrijdag en nu dan deze blog. Viral marketing op de linker baan. Wat zou je daar nu mee kunnen doen?

In mijn oogst van doorklikken zat natuurlijk de eenvoudige Flashmob op de Amerikaanse Bentley Campus:

Maar ik was vooral gecharmeerd door de meer artistieke performances, zoals deze a capella vocal cover:

En wacht dacht je van de boeiende Boys van Harvard Baseball 2012 met een week later de spetterende reactie van de SMU Women’s Rowing 2012

En toen viel mijn oog op de link onder de laatste video, waarin het vrouwen roeiteam aandacht vraagt voor het recente verhaal van Monika Korra, een Noorse medesporter van SMU, die het slachtoffer werd van een verschrikkelijk zedenmisdrijf. Door het succes van deze lib dub werd binnen een paar weken na haar moedige testimonial de aandacht van ruim 300.000 kijkers op haar verhaal over het herstelde zelfvertrouwen gevestigd. In haar eigen woorden: ‘I want to be a person that people can look at and say that it’s possible to move on’. Hier werd virale marketing gekoppeld aan een moedige actie!

Ik realiseerde mij opeens dat ik in een paar uur tijd enkele tientallen stappen had genomen, kennis had verzameld en zaken had gecombineerd die me vroeger maanden zouden hebben gekost, als ze al hadden kunnen bestaan. En met het schrijven van deze blog ben ik in staat om binnen één dag full circle terug te komen en te zeggen dat veel op social media misschien wel nutteloos en onzinnig lijkt .. Maar na een aantal freewheel kliks kom je vroeger of later toch weer terecht bij iets zinvols als de bemoedigende woorden van Monika Korra. En omdat al die clicks met de snelheid van het licht gaan, maakt het niet zoveel uit hoeveel het er zijn.

Mijn conclusie is dan ook, dat als je maar snel genoeg spit in de oneindige bergen data en URL’s, je binnen de kortste keren weer op een nuttige goudader stoot. Nut en nutteloosheid wisselen elkaar af als in- en uitademen, als rennen met afwisselend gebruik van je linker- en rechterbeen. Ik wens je een goede jacht op nuttige vondsten. En als genoeg mensen samen jagen, noemen we het viraal ..

Over het Nut van Social Media (update 29 juli 2012)

Twee maanden na de Viral Lip Dubs op het nummer ‘Call Me Maybe’ komen er nog steeds nieuwe versies uit.

Als leukste en meest actuele noem ik hier die van het US Olympic Swimming Team van afgelopen week. Een eerdere originele versie van deze video werd al binnen een paar dagen van YouTube verwijderd op basis van vermeende inbreuk van rechten. Een beetje boel flauw dus. Maar laten we hopen dat deze versie dit bespaard blijft:

En het verhaal van Monika Korra? Die werkt aan een boek over haar vreselijke ervaring. Het boek krijgt de krachtige titel ‘Kill the Silence‘.  We keep you updated …

Once upon a time Robert Dilts told the story on how Walt Disney did do his creative processes in what he coined the Disney Strategy. Now you can Read his excellent explanation here.


Alternatively you can Watch how Dilts explains The Leadership of Walt Disney on these two compact videos:
The Leadership of Walt Disney, Part 1 & The Leadership of Walt Disney, Part 2


And if you are curious to more Mind Changing Concepts and theories please look into this Curation on Mapmakers.

Gisteren ving ik flarden op van Stine Jensens boeiende documentaire ‘Ik lijd, dus ik ben’. Deze is terug te zien via ‘uitzending gemist‘. Het was al zappend in de hiervoor nooit lang genoeg zijnde reclameblokken welke de afleveringen van Nikita en NCIS op Veronica versnipperen, of direct na afloop van de laatste. Moet ik verantwoorden waarom ik naar Veronica kijk? Waarschijnlijk is het een vorm van escapisme naar zulk extreem geweld dat onze lijdende samenleving er lief en pril en fruitig bij afsteekt.

Eén van die flarden zette me aan het denken, vandaar deze reactie. Dat denken doe ik overigens met plezier, omdat het voelt als het spelen met Legostenen in mijn hoofd. Ordnung muss sein. Stine had het aan het einde van de documentaire, met een Nietzsche kenner, over onze verhouding tot lijdende bedelaars.

In mijn hoofd ontstond het zelf ervaren beeld van een Hegeliaanse synthese. In India had ik eerder al ervaren dat noch het gul geven, noch het didactisch bedoelde niet-geven een mij bevredigende positie vormden. Conform het Zarathustra verhaal van Nietzsche dus. Veel later, in Frankrijk, na het lezen van diverse NLP boeken, heb ik een nieuwe reactie uitgeprobeerd, zij het van een veilige afstand.


In één van de Parijse metrostations stond ik met mijn vriendin te wachten op een perron, terwijl op het tegenoverliggende perron – symbolisch nabij en toch ver weg – een clochard lag. Hij trok ieders aandacht door om de tien tot vijftien seconden een luid jammerlijke, dierlijke kreet te slaken. Klaarblijkelijk niet zozeer vanwege een fysiek ongemak, want hij lag er redelijk relaxt bij en gluurde af en toe om zich heen. Het was meer een soort aapachtig afbakenen van zijn territorium – mensen liepen met een grote boog om hem heen en gingen verderop staan – en tegelijkertijd het benadrukken van zijn anders zijn.

In een opwelling kopieerde ik de schreeuw, benieuwd naar hoe dergelijke communicatie zou voelen en of het inderdaad zou leiden tot rapport, tot een click. Zo op het oor gebeurde er niets en herhaalde hij zijn tamelijk monotone schreeuw zonder blijk te geven van enige interesse. Na een paar keer had ik weliswaar de illusie dat de klank wat varieerde in lengte en volume, maar zeker weten deed ik het niet. Ik kopieerde, blind voor de betekenis van de kreten, zijn gejammer en begon het als een hopeloos mislukte poging tot communicatie te kwalificeren.

Net op dat moment arriveerde mijn trein en stapte ik in, licht gefrustreerd dat er geen echt contact tot stand was gekomen. Ik wilde mijn vriendin – die wel wat van mij gewend is – uit gaan leggen wat ik met mijn clochard gejammer nu precies beoogd had. Het fluitsignaal klonk, de deuren gingen dicht en de trein zette zich in beweging. Ik wierp nog een laatste blik op de zwerver en ving de zijne op.

En plotseling, vlak voor mijn trein de tunnel in verdween, stak hij toch zijn hand op en ik de mijne. Achteraf besef ik dat dat is wat ik kan doen met mensen die anders zijn: ze in hun eigenheid kritiekloos erkennen.

Je bent zo goed als je laatste blog …

Als je nog maar één blog hebt gepubliceerd, dan maakt dat natuurlijk allemaal niet zoveel uit. Dan is je eerste immers ook je laatste en had de aanhef van deze blog ook kunnen luiden ‘Je bent zo goed als je eerste blog …’ Alhoewel? Er zijn natuurlijk wel veel bloggers die blijven steken in hun eerste blog. Net als er ook veel twitteraccounts zijn, die nooit meer dan een handvol tweets versturen. Niet omdat deze blog of tweet hun beste was, maar gewoon omdat een andere gadget een hogere prio krijgt. Aan de andere kant zijn er ook bewoners die in hun eerste huis blijven wonen, mannen die aan hun eerste vriendin blijven plakken en werknemers die in hun eerste baan blijven hangen. Niet omdat ze er zo ontzettend tevreden mee zijn, maar gewoon uit gewoonte. Of ook omdat er zich andere prioriteiten opwerpen.

Mensen bewegen dus alleen als het moet. Van henzelf, dat weer wel. Omdat iets de spuigaten uitloopt en een volgende stap absoluut noodzakelijk is. Of omdat iets anders nog harder roept dat het gewéééldig is.  Sommige mensen stellen zich daarbij een doel, de meesten niet. De meeste mensen (> 80%) doen gewoon bijna altijd maar iets. Een kleinere groep (< 20%) stelt zich regelmatig een doel om het handelen nog een beetje samenhang te geven. En slechts een enkeling (<5%) programmeert z’n hele leven al in een vroeg stadium op weg naar het grote succes.  Hoewel ik het soms wel graag zou willen, hoor ik niet bij deze laatste categorie. Soms stel ik mij een doel en als ik daarvoor voldoende intrinsieke motivatie (lees: wilskracht) weet op te duiken, voer ik mijn plan ook uit. Soms lijk ik ook meer bij de eerste categorie te horen en doe ik gewoon maar iets. Ik lijk in dit opzicht wel een beetje een gemiddeld mens …

De mensen uit de eerste categorie leven voornamelijk als een doelloze bacterie (ik dus ook af en toe). Bacteriën reageren voornamelijk op primaire prikkels. Hiervoor geldt het sink-or-swim principe. Je probeert iets uit en als er dan niet direct een behoefte wordt bevredigd en er geen schat opstijgt uit de diepte, dan zal het wel niets zijn. De aandacht verslapt dus als er geen onmiddellijke pay-off is na het schrijven van een tweet of blog. Niet direct een nieuwe klant of honderden volgers? Laat dan maar. Maar hoe zit het dan met die mensen die al 25 jaar dezelfde baas, partner of woning hebben? Dat is de andere kant van het sink-or-swim principe. Je probeert iets uit en als er dan niet direct een ramp gebeurt, dan zal er wel niets mis mee zijn. De kruik gaat net zo lang te water tot ie barst. De aandacht verslapt dus als er geen onmiddellijke beloning (nieuwe klanten) of straf (relatieproblemen) plaats vindt na het random gedrag van de bacterie. Een bacterie beweegt dus alleen als er een reactie (lees: feedback) komt uit de omgeving. Dit noemen we ook wel extrinsiek gemotiveerd gedrag. Weg van pijn en moeite, op naar onmiddellijk geluk en genot.

Succesverhalen daarentegen laten zien dat je iets eerst graag zelf moet willen voor het werkt  (1. stel een doel). Vervolgens moet je in actie komen om je doel naderbij te brengen (2. doe iets). Daarna analyseer je de feedback, de reacties die pijn en plezier opleveren (3. vergelijk het resultaat met je doel). En je herhaalt deze laatste twee stappen tot je je doel hebt bereikt (4. doe iets anders).

Als deze blog nu de enige is die je hier ooit zult kunnen lezen is dit dus niet omdat deze blog zo geweldig was, maar eerder omdat iets anders blijkbaar toch leuker was om te doen. Je hebt dan zojuist het typische gedrag van een bacterie geobserveerd. En … beviel het? Als deze blog binnenkort echter de eerste in een lange reeks blijkt te zijn geworden, dan komen er waarschijnlijk nog veel  beter blogs hierna. Je hebt dan zojuist het typische product van een baby blogger tot je genomen. En … beviel het?  Je feedback helpt mij dus meer dan je wellicht vermoedde voor je deze blog las. Onthoudt mij dus je reactie alsjeblieft niet.