Post Tagged ‘Stine Jensen’

Gisteren ving ik flarden op van Stine Jensens boeiende documentaire ‘Ik lijd, dus ik ben’. Deze is terug te zien via ‘uitzending gemist‘. Het was al zappend in de hiervoor nooit lang genoeg zijnde reclameblokken welke de afleveringen van Nikita en NCIS op Veronica versnipperen, of direct na afloop van de laatste. Moet ik verantwoorden waarom ik naar Veronica kijk? Waarschijnlijk is het een vorm van escapisme naar zulk extreem geweld dat onze lijdende samenleving er lief en pril en fruitig bij afsteekt.

Eén van die flarden zette me aan het denken, vandaar deze reactie. Dat denken doe ik overigens met plezier, omdat het voelt als het spelen met Legostenen in mijn hoofd. Ordnung muss sein. Stine had het aan het einde van de documentaire, met een Nietzsche kenner, over onze verhouding tot lijdende bedelaars.

In mijn hoofd ontstond het zelf ervaren beeld van een Hegeliaanse synthese. In India had ik eerder al ervaren dat noch het gul geven, noch het didactisch bedoelde niet-geven een mij bevredigende positie vormden. Conform het Zarathustra verhaal van Nietzsche dus. Veel later, in Frankrijk, na het lezen van diverse NLP boeken, heb ik een nieuwe reactie uitgeprobeerd, zij het van een veilige afstand.


In één van de Parijse metrostations stond ik met mijn vriendin te wachten op een perron, terwijl op het tegenoverliggende perron – symbolisch nabij en toch ver weg – een clochard lag. Hij trok ieders aandacht door om de tien tot vijftien seconden een luid jammerlijke, dierlijke kreet te slaken. Klaarblijkelijk niet zozeer vanwege een fysiek ongemak, want hij lag er redelijk relaxt bij en gluurde af en toe om zich heen. Het was meer een soort aapachtig afbakenen van zijn territorium – mensen liepen met een grote boog om hem heen en gingen verderop staan – en tegelijkertijd het benadrukken van zijn anders zijn.

In een opwelling kopieerde ik de schreeuw, benieuwd naar hoe dergelijke communicatie zou voelen en of het inderdaad zou leiden tot rapport, tot een click. Zo op het oor gebeurde er niets en herhaalde hij zijn tamelijk monotone schreeuw zonder blijk te geven van enige interesse. Na een paar keer had ik weliswaar de illusie dat de klank wat varieerde in lengte en volume, maar zeker weten deed ik het niet. Ik kopieerde, blind voor de betekenis van de kreten, zijn gejammer en begon het als een hopeloos mislukte poging tot communicatie te kwalificeren.

Net op dat moment arriveerde mijn trein en stapte ik in, licht gefrustreerd dat er geen echt contact tot stand was gekomen. Ik wilde mijn vriendin – die wel wat van mij gewend is – uit gaan leggen wat ik met mijn clochard gejammer nu precies beoogd had. Het fluitsignaal klonk, de deuren gingen dicht en de trein zette zich in beweging. Ik wierp nog een laatste blik op de zwerver en ving de zijne op.

En plotseling, vlak voor mijn trein de tunnel in verdween, stak hij toch zijn hand op en ik de mijne. Achteraf besef ik dat dat is wat ik kan doen met mensen die anders zijn: ze in hun eigenheid kritiekloos erkennen.